Bekkenbeheerplan

 

 
AOG GROBBENDONK

Context en ruimere situering project

De dijk langs de rechteroever van de Kleine Nete, net stroomopwaarts van de dorpskom van Grobbendonk bood onvoldoende bescherming tijdens hoogwaterperiodes. De Vlaamse Milieumaatschappij startte daarom een project om de dorpskern van Grobbendonk duurzaam te beschermen tegen overstromingen via de aanleg van een dijk op Sigma-hoogte.

Naast duurzame bescherming werd ook gezocht naar bijkomende ruimte voor water met respect voor het huidige landgebruik. Het project werd opgenomen in het Bekkenbeheerplan van de Nete als één van de actief aan te leggen overstromingsgebieden (AOG Grobbendonk). Het bekkenbeheerplan ging uit van een overstromingsgebied van 8,5 ha.

Binnen de structuren van het integraal waterbeheer werd een maatschappelijk debat gevoerd over enkele uitvoeringsaspecten van het project. Op 19 december 2011 werd een consensus gevonden. Het bereikte compromis neemt in plaats van 8.5 ha nog slechts 3.5 ha landbouwgrond in. Het dijklichaam langs de rechteroever werd verwijderd en meer landinwaarts geplaatst (ongeveer 30m). De ontwerpplannen werden in de loop van 2012 aangepast na overleg met meerdere actoren (gemeente, Agentschap voor Natuur en Bos, Erfgoed …) over o.a. de projecttechnische aspecten.

Op de rechteroever is een winterbed van zo’n 17 m aangelegd dat over de volledige lengte (vanaf de watermolen in het noordoosten tot aan de Troonbrug in het Zuidwesten) een natuurlijke inrichting kreeg. De oevers werden verflauwd en voorzien van stromingsluwe zones, er werd houtachtige vegetatie, ruigte met struweel en moerasvegetatie aangelegd of aangeplant en de afgesneden meander werd opnieuw in contact gebracht met de waterloop.

Het oorspronkelijk project AOG Grobbendonk werd opgenomen binnen het voorontwerp RUP ‘vallei van de Kleine Nete tussen Grobbendonk en N19’ om de voorziene ruimte planologisch vast te leggen. Het huidige compromis bedraagt slechts 3,5 ha. Daardoor kon de realisatie ervan zonder planologische verankering. Het project beschikt over een goedgekeurd Milieu-effectenrapport (MER), een Landbouweffectenrapport (LER) en een geldige stedenbouwkundige vergunning.

 

Stand van zaken

De werken voor de dijkverplaatsing langs de rechteroever van de Kleine Nete net stroomopwaarts Grobbendonk gingen van start op 30 september 2013. De terreinwerken zijn beëindigd en zijn voorlopig opgeleverd. 

 

AOG DE ZEGGE

Context en ruimere situering project

De huidige dijklichamen hebben over aanzienlijke lengtes een deel van hun profiel verloren waardoor aanpassingswerken noodzakelijk zijn. De Vlaamse Milieumaatschappij startte daarom een project om deze dijklichamen duurzaam te verbeteren.

Naast duurzame bescherming werd ook gezocht naar bijkomende ruimte voor water rekening houdend met het feit dat de Kleine Nete hier door een intensief landbouwgebied loopt. Het project werd opgenomen in het Bekkenbeheerplan van de Nete als één van de actief aan te leggen overstromingsgebieden (AOG Zegge). Het oorspronkelijk voorstel besloeg een ruimte van 20 m landinwaarts. Deze strook van 20 m werd aan beide zijden van de waterloop niet herbevestigd als agrarisch gebied. 

Binnen de structuren van het integraal waterbeheer werd een maatschappelijk debat gevoerd over enkele uitvoeringsaspecten van het project. Op 19 december 2011 werd een consensus gevonden.

De dijken langs de Kleine Nete zullen aan beide zijden ongeveer 15 m meer landinwaarts komen. De dijkprofielen worden aangepast: de dijken worden minder hoog aangelegd (even hoog als de huidige dijken) waardoor ze ook in de breedte beperkt worden. Daardoor blijft aan beide zijden 5 m meer grond bruikbaar voor de landbouw. In totaal blijft 12 ha meer grond beschikbaar als cultuurgrond. Het voordeel voor de waterloop is dat de vrije ruimte tussen dijk en waterloop ongewijzigd blijft (t.o.v. het oorspronkelijke project). Zoals gepland wordt deze ruimte natuurtechnisch ingericht wat de ecologische verbindingsfunctie van de waterloop versterkt. Het grote nadeel van dit compromisvoorstel is dat er een grondoverschot zal zijn. Een extra 100.000 m3 grond moet afgevoerd worden buiten overstroombare valleigebieden.

Het oorspronkelijke project AOG De Zegge werd opgenomen binnen het voorontwerp RUP ‘vallei van de Kleine Nete tussen Grobbendonk en N19’ om de voorziene ruimte planologisch vast te leggen. Sinds 1 september 2012 kan voor handelingen van algemeen belang met een beperkte ruimtelijke impact de stedenbouwkundige vergunning afgeleverd worden na een Projectvergadering. Deze vergadering beslist of al dan niet een RUP gemaakt moet worden. Na een gunstig advies van de Projectvergadering kan de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag ingediend worden.

Stand van zaken

Na verder overleg met de betrokken landbouwers, landbouworganisaties en gemeenten over de technische uitvoering werd in het najaar van 2013 een nieuw, gedetailleerd ontwerp uitgewerkt.

Binnen het bereikte compromis kon per zone gekozen worden voor 2 types van dijklichamen.

 

De keuze van het uiteindelijke dijkprofiel zal verder meegenomen worden in het onderhandelingsproces omtrent de grondverwerving. Type 1 dijkprofiel heeft het voordeel dat hier toegankelijkheid (dienstweg) en recreatief medegebruik kunnen gecombineerd worden, type 2 heeft bijkomend voordeel dat er cultuurgrond gespaard wordt.
Medio maart 2014 werden deze nieuwe ontwerpplannen via een infomarkt voorgelegd aan de eigenaars, gebruikers (landbouwers), landbouworganisaties en gemeentebesturen. Ondertussen werd verder overlegd met de sector recreatie over de invulling van het overstromingsgebied ter hoogte van Camping Korte Heide, Bobbejaanland en Ark Van Noë.

Met het verwerken van alle informatie uit de consultatiemomenten komt het project in de fase van het definitief ontwerp. Het beschikt over een goedgekeurd Landbouweffectenrapport (LER) en project-MER-ontheffing. 

Verdere planning

De projectvergadering van 24 november 2015 gaf een gunstig advies mits voorwaarden. De belangrijkste voorwaarden gaan over de boscompensatie in natura, de afstemming met eventueel recreatief medegebruik en de visie op de nog in te vullen zoekzones ter hoogte van de recreatiegebieden.
Momenteel werkt VMM de invulling van de voorwaarden concreet uit en bereidt ze de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag voor.

De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) heeft, in opdracht van VMM, de grondverwerving eind 2015 opgestart.

De verdere invulling van de zoekzones ter hoogte van Bobbejaanland en Camping Korte Heide zal vorm krijgen via het recent goedgekeurd Interregproject ‘Building with nature’. Binnen dit project zal een ontwerper creatieve voorstellen lanceren die rekening houden met de vooropgestelde doelstellingen voor de vallei maar tevens met de belangen van de exploitanten.

Bij aanvang van de werken zal door de Vlaamse Milieumaatschappij ruim gecommuniceerd worden naar actoren, sectoren, betrokken landbouwers en burgers.


Vlaamse Overheid
-