Erfgoed-Landschapsatlas

Context en ruimere situering project

Het agentschap Onroerend Erfgoed brengt het landschappelijk erfgoed in kaart, waardeert dit en draagt dit voor ter bescherming.

Sinds 2004 spreken we van een vernieuwd landschapsbeleid in Vlaanderen. Naast de klassieke bescherming als landschap kunnen we ook ‘items uit de vastgestelde landschapsatlas’ omzetten naar erfgoedlandschappen door opname in ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP). 

Door de opname van gebieden in de vastgestelde landschapsatlas kunnen de landschappelijke waarden en kenmerken meespelen in de opstelling van een RUP. Hier worden ze vertaald in stedenbouwkundige voorschriften. Zodra een item uit de vastgestelde landschapsatlas wordt opgenomen in een RUP noemen we het een erfgoedlandschap. Vanaf dan wordt eveneens het volledig beheerinstrumentarium, zoals voorzien in het Onroerend-erfgoeddecreet, van toepassing. De finaliteit van de opname als erfgoedlandschap is immers een goed beheer en behoud van het waardevolle landschap. Met andere woorden wordt door de opname van de meest waardevolle landschappelijke plaatsen in Vlaanderen in de vastgestelde landschapsatlas en de latere vertaling tot erfgoedlandschappen in de ruimtelijke uitvoeringsplannen resoluut gekozen voor een geïntegreerde benadering.

Stand van zaken en verdere planning

 


SAMENVLOEIINGSGEBIED VAN DE KLEINE NETE EN AA MET DE WESTELIJKE UITLOPERS VAN DE KEMPISCHE HEUVELRUG

De opname van het item ‘Samenvloeiingsgebied van de Kleine Nete en Aa met de westelijke uitlopers van de Kempische Heuvelrug’ in de vastgestelde landschapsatlas kaderde in de voorbereiding van een ontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) voor de regio Neteland. Dat RUP kadert op zijn beurt in de afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur (AGNAS).

Dit waardevolle gebied omvat de beekvalleien van de Aa en de Kleine Nete gelegen tussen de dorpskernen van Grobbendonk, Vorselaar en Herentals, het tussen beide rivieren hoger gelegen ‘interfluvium’ en de ten zuiden ervan gelegen gronden van de voormalige Britse militaire basis. De combinatie van de natte, open alluviale beekvalleien met de tussenliggende en aangrenzende hoger gelegen hoofdzakelijk beboste zandgronden zorgt voor een opvallende landschappelijke verscheidenheid. De ondergrond, de bodem, het reliëf en de waterhuishouding liggen aan de basis van dit nog vrij gaaf bewaard Kempisch landschap.

De belangrijkste elementen van de oorspronkelijke structuur van het landschap zijn:

  • de alluviale beekvalleien van Kleine Nete en Aa met hun bijbeken;
  • de uitlopers van de Kempische heuvelrug;
  • de landduinen en podzolbodems op de heuvelrug;
  • het verspreid aanwezige veensubstraat in de beekvalleien.

De ankerplaats ‘Samenvloeiingsgebied van de Kleine Nete en Aa met de westelijke uitlopers van de Kempische Heuvelrug’ werd definitief aangeduid bij ministerieel besluit van 10 mei 2012. Conform het Onroerend-erfgoeddecreet wordt deze ankerplaats nu beschouwd als een ‘item opgenomen in de vastgestelde landschapsatlas’. Het behoud en beheren van deze kenmerken en waarden blijft de hoofddoelstelling.

Binnen de perimeter van dit waardevolle gebied, item uit de vastgestelde landschapsatlas, geldt voor de administratieve overheid de zorg- en motiveringsplicht. Dit betekent dat de overheid schade aan de erfgoedwaarden moet voorkomen en beperken via schadebeperkende maatregelen. 
Wanneer dit ‘item uit de vastgestelde landschapsatlas’ wordt opgenomen in een RUP als erfgoedlandschap, worden de erfgoedwaarden en -kenmerken omgezet in stedenbouwkundige voorschriften. Die gelden ook voor de burger, bv. bij aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning. 

Verdere planning

De omzetting van het item uit de landschapsatlas ‘Samenvloeiingsgebied van de Kleine Nete en Aa met de westelijke uitlopers van de Kempense Heuvelrug’ naar een erfgoedlandschap is gekoppeld aan de opmaak van het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) voor de vallei van de Kleine Nete en Aa tussen N19 en Grobbendonk in het kader van AGNAS. In dat RUP zullen de landschapswaarden en kenmerken vertaald worden naar stedenbouwkundige voorschriften. Daarbij wordt afgestemd met de instandhoudingsdoelstellingen voor het habitatrichtlijngebied Graafweide-Schupleer.

Projectsite

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/10286





DAL VAN DE KLEINE NETE TUSSEN NIJLEN EN GROBBENDONK


Op 27 januari 2015 werd de ankerplaats ‘Dal van de Kleine Nete tussen Nijlen en Grobbendonk’ definitief aangeduid door de minister. Conform het Onroerend-erfgoeddecreet wordt deze ankerplaats nu beschouwd als een ‘item opgenomen in de vastgestelde landschapsatlas’.

Dit waardevolle gebied omvat de vallei van de Kleine Nete tussen Viersel, Nijlen en Eisterlee. Centraal lopen de Kleine Nete als typische laaglandbeek met meanderend patroon en parallel de Kleine Pulse Beek en Laak. Het Netekanaal is een belangrijk relict van de kanalisatiegeschiedenis van de Kleine Nete en vormt de overgang naar de voormalige vloeibeemden van het Viersels Gebroekt. Hier stromen ook de Molenbeek en Kleine Beek te midden van de graslanden. In de Netevallei liggen oude graslanden, afgewisseld met concentraties akkerland en verspreide bospercelen. Op de pleistocene donken in de vallei en op de overgang naar de gehuchten op de valleirand liggen verspreide hoeves. Het landschap getuigt van de intense relatie tussen beek en beekvallei en de wisselwerking tussen natuur en menselijke activiteit die verschillende landschapstypes heeft opgeleverd.


Verdere planning

De omzetting van het item uit de landschapsatlas 'Dal van de Kleine Nete tussen Nijlen en Grobbendonk' naar een erfgoedlandschap zal gekoppeld worden aan een RUP voor het deel van de vallei tussen Albertkanaal en Lier ter realisatie van de projecten van het Sigmaplan.

Projectsite

https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/10290






Vlaamse Overheid
-