Europese Natuurdoelen

Context en ruimere situering project

Dit project of plan kadert in de uitvoering van de Habitatrichtlijn. Krachtens deze Europese richtlijn moeten de lidstaten de habitatrichtlijngebieden die in 2002 zijn aangemeld, definitief aanwijzen en de nodige instandhoudingsmaatregelen nemen om een gunstige regionale staat van instandhouding te bereiken voor de Europees te beschermen habitats en soorten die voorkomen in de lidstaten. Deze instandhoudingsmaatregelen moeten gebaseerd worden op de Europese Natuurdoelen.

Vlaanderen koos ervoor om eerst op gewestelijk niveau en in samenspraak met de Vlaamse administraties en de doelgroepen instandhoudingsdoelstellingen voor de Europees te beschermen habitats en soorten in Vlaanderen op te maken om deze nadien te vertalen naar de verschillende Speciale Beschermingszones. Deze zogenaamde Gewestelijke Instandhoudingsdoelstellingen (G-IHD) werden door de Vlaamse Regering definitief goedgekeurd op 23 juli 2010. Naast de noodzakelijke kwaliteitsverbeteringen en uitbreidingen van de oppervlaktes (habitats) en de populaties (soorten), wordt in de G-IHD ook voor elk habitat en elke soort het relatieve belang van de verschillende Speciale Beschermingszones aangegeven.

De Vlaamse Regering heeft in Vlaanderen in Actie (VIA) een ambitieuze inspanningsverbintenis ingeschreven inzake de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen. Die stelt dat Vlaanderen in 2020 voldoende habitat ingericht, herbestemd, verbeterd of afgebakend moet hebben om 70% van de instandhoudingsdoelstellingen voor de Europees te beschermen habitattypes en soorten te realiseren.

Stand van zaken

De opmaak van het ontwerp van gebiedsspecifieke instandhoudingsdoelstellingen (ontwerp-S-IHD) voor de SBZ Kleine Nete volgde een vooraf met de doelgroepen afgesproken traject met veel aandacht voor participatie en inspraak. De doelgroepen waren verenigd in de Vlaamse IHD-overleggroep. Dit traject werd volledig doorlopen en op 20 juli 2012 werd het aanwijzingsbesluit voor deze SBZ met daarin de ontwerp-S-IHD een eerste maal principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering.

Na een onderlinge toetsing van de verschillende ontwerp S-IHD voor alle Speciale Beschermingszones en rekening houdend met de activiteiten van andere sectoren, zijn de doelen waar nodig bijgestuurd. Op 19 juli 2013 werden de aangepaste S-IHD een tweede maal principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Op 23 april 2014 werden ze definitief goedgekeurd.

Verdere planning

Managementplan Natura 2000 voor de SBZ Kleine Nete

Na de definitieve goedkeuring van de S-IHD wordt gestart met de opmaak het Managementplan Natura 2000 voor de SBZ Kleine Nete waarin de S-IHD stap voor stap worden gelokaliseerd op perceelsniveau en waarin concrete acties worden geformuleerd voor de realisatie ervan.
Samen met de definitieve goedkeuring wordt een eerste versie van het Managementplan Natura 2000 (MP 1.0) gegenereerd met de concrete taakstelling en de noodzakelijke prioritaire inspanningen per deelgebied. In een volgend Managementplan zal een verdere invulling komen van de openstaande doelen.

De opmaak van elk Managementplan Natura 2000 wordt begeleid door een platform op SBZ-niveau met vertegenwoordigers van de sectoren en administraties. Op het niveau van deelgebieden kan ad hoc of meeliftend op overleg dat in andere kaders wordt gevoerd, met direct betrokkenen overleg gevoerd worden rond concrete acties en beheerplannen.
Voor de opmaak van de Managementplannen wordt per SBZ een MER-screening uitgevoerd in de loop van najaar 2017 en voorjaar 2018.


Gebied Graafweide-Schupleer

Voor het gebied Graafweide-Schupleer keurde de Vlaamse Regering in haar beslissing van 4 april 2014 het voorkeurscenario goed als basis voor de opmaak van een plan van aanpak voor de realisatie van de natuurbestemmingen.

De eerste stap is een ecohydrologisch onderzoek. Na een grondige inventarisatie werd een grondwatermodel en een oppervlaktewatermodel opgebouwd waarmee hydrologische scenario’s en een knelpuntenanalyse werden uitgewerkt. In 2017 werd de ecohydrologische studie opgeleverd. Aan de hand van de resultaten werden de potenties voor de ontwikkeling van habitattypes per perceel onderzocht. Op basis van de ecohydrologische studie kunnen mogelijk nog grenscorrecties aan het voorkeurscenario worden doorgevoerd.

Parallel loopt de opmaak van een inrichtingsnota door het Agentschap voor Natuur en Bos en de Administratie Duurzame Landbouwontwikkeling onder begeleiding van de Vlaamse Landmaatschappij. De inrichtingsnota bevat een projectsituering, een formulering van doelstellingen en gewenste maatregelen, een instrumentenafweging, een uitvoeringsprogramma en een financieringsplan.

Daarnaast starten het Agentschap voor Natuur en Bos en de Vlaamse Landmaatschappij, in overleg met de terreinbeherende verenigingen, met gerichte aankopen om de natuurdoelen te realiseren.

Vlaamse Overheid
-