Instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000

In uitvoering van de Europese vogel- en habitatrichtlijnen legt Vlaanderen instandhoudingsdoelstellingen vast voor Speciale Beschermingszones die samen het Natura 2000-netwerk vormen.

Het ‘Valleigebied van de Kleine Nete met brongebieden, moerassen en heiden’ (kortweg SBZ Kleine Nete) is aangeduid als Speciale Beschermingszone. In twee deelgebieden in de vallei worden gebiedsspecifieke instandhoudingsdoelstellingen (kortweg S-IHD) voor de Europees te beschermen habitattypes en soorten gerealiseerd. Het eerste deelgebied omvat het gebied rond de samenvloeiing van de Kleine Nete en de Aa met de Graafweide en het Schupleer, het tweede gebied omvat de vallei van de Kleine Nete tussen Viersel en Lier.

In de Graafweide-Schupleer wordt een natte alluviale natuurkern van ca. 150 ha ontwikkeld. Prioritair is de uitbreiding van het aandeel waterlopen met helder, zuurstofrijk water en goed ontwikkelde waterplantenvegetaties en van de populaties van de vissoorten kleine modderkruiper, rivierdonderpad, rivierprik en beekprik. Binnen de natuurkern wordt ook een kwaliteitsverbetering en uitbreiding voorzien van elzenbroekbossen, vochtige schrale graslanden, voedselrijke ruigtes en laagveen.

In de vallei van de Kleine Nete tussen Viersel en Lier komt een natte alluviale natuurkern van ca. 300 ha, bestaande uit een mozaïek van elzenbroekbossen, beekvegetaties, van nature voedselrijke plassen met verlandingsvegetaties (vegetatietypes op de grens van water en land), vochtige schrale graslanden, voedselrijke ruigtes, zoetwaterslikken en -schorren, rietmoerassen, enz. Deze natuurkern wordt een geschikt leefgebied voor o.m. kleine modderkruiper, rivierdonderpad, rivierprik, bittervoorn en fint.

Voor al de vermelde habitattypes en vissoorten is de SBZ Kleine Nete in Vlaanderen prioritair volgens de Gewestelijke Instandhoudingsdoelstellingen


Vlaamse Overheid
-