Sigmaplan

Context en ruimere situering project

Vlaanderen beter beschermen tegen overstromingen uit de Schelde en haar zijrivieren. Dat is het uitgangspunt van het Sigmaplan, dat in 2005 en 2006 door de Vlaamse Regering werd beslist. Het Sigmaplan is een slim toekomstproject dat onze regio veiliger maakt door ze beter te beschermen tegen overstromingen. Tegelijk maakt het Sigmaplan het ecosysteem van de Schelde en haar zijrivieren robuust. Rond die veerkrachtige Schelde wordt Europees uitzonderlijke natuur gecreëerd, waar wandelaars met volle teugen van kunnen genieten. Ook exploitatie van de rivier en scheepvaart blijven gegarandeerd. Zo werkt het Sigmaplan aan een veilig, natuurlijk en economisch aantrekkelijk Scheldegebied.

Het Sigmaplan omvat verschillende projectgebieden, verspreid over een groot deel van Vlaanderen. Deze projectgebieden liggen langs de getijdenrivieren. Dat zijn de Schelde en haar zijrivieren de Durme, de Rupel, de Nete, de Kleine Nete, de Grote Nete, de Dijle en de Zenne.

Zowat 260 kilometer rivieren zijn bij het project betrokken. Het Sigmaplan maakt niet alleen de directe omgeving van de rivieren en de projectgebieden veiliger. Ook verderop vermindert de kans op overstromingen.

Het Sigmaproject Nete en Kleine Nete is een van de deelprojecten van dit Sigmaplan.

 

Stand van zaken

Voor de zones Beneden Nete en Varenheuvel-Abroek startte de opmaak van het inrichtingsplan in 2011. Dit plan beschrijft de ruimtelijke invulling en de exacte contouren van het overstromingsgebied, welke natuurtypes ontwikkeld worden … Het landbouweffectenrapport (LER) werd midden november 2011 afgerond. Uit dat onderzoek bleek dat er een grote impact te verwachten was op de landbouwactiviteiten in het gebied Varenheuvel-Abroek. In overleg met de landbouworganisaties en de andere betrokkenen werden daarom bijkomende locatie-alternatieven onderzocht.

Een eerste locatie-alternatief, de vallei van de Kleine Nete tussen Varenheuvel-Abroek en Lier, werd onderzocht in de eerste helft van 2012. Dit gebied bood echter onvoldoende potenties om de vooropgestelde doelstellingen te realiseren.

Daarom werden, op basis van de beslissing van de Vlaamse Regering van 22 juli 2012, drie bijkomende locatie-alternatieven geselecteerd. Zoekgebied 1 rond Hof Ter Lachenen, de vijvers aan Anderstadt en de Polder van Lier, zoekgebied 2 tussen Netekanaal en samenvloeiingsgebied van Grote en Kleine Nete en zoekgebied 3 aan de monding van de Grote Nete.
Uit het onderzoek bleek zoekgebied 2 niet geschikt voor de realisatie van de Sigmadoelen. Zoekgebied 1 en zoekgebied 3 hebben wel potenties om een groot aaneengesloten wetland met rietpartijen en open water te realiseren.

Voor het gebied Varenheuvel-Abroek is een nieuw voorstel uitgewerkt, waardoor een gebied van 75 ha ten zuiden van de Kleine Pulse Beek toch behouden kan blijven voor landbouw. Het overige gebied krijgt een natuurlijke invulling waarbij winteroverstromingen vanuit de Kleine Pulse Beek mogelijk blijven. Het landbouwgebied krijgt eigen afwateringsgrachten naar de Kleine Nete, zodat er geen water vanuit het landbouwgebied naar het natuurgebied zal stromen. Er komt een flankerend beleid (verzachtende maatregelen opgemaakt in overleg met de landbouwsector) op maat voor de landbouwers die gronden hebben in het toekomstig natuurgebied (beslissing Vlaamse Regering 4 april 2014).

Een deel van de oorspronkelijke natuurdoelstellingen voor Varenheuvel-Abroek verschuift naar het mondingsgebied van de Grote Nete (50 ha nieuwe natte natuur) en de Beneden Nete bij Lier (25 ha bijkomende natte natuur).

In de Beneden Nete zal er zo in totaal ca. 65 ha geclusterde natte natuur komen geschikt als leefgebied voor verschillende vogelsoorten (doelsoorten). De reeds bestaande gecontroleerde overstromingsgebieden Anderstadt I en II en Polder van Lier krijgen een meer waardevolle natuurinvulling, net als de zone Hof van Lachenen en de Vijvers aan Anderstadt. Anderstadt I wordt ontpolderd zodat een gecontroleerde nevengeul ontstaat en de getijden meer ruimte krijgen.

In het mondingsgebied van de Grote Nete onderzocht het Agentschap voor Natuur en Bos de mogelijkheden voor waterrijke natuur. Waterwegen en Zeekanaal ging na of bijkomende ingrepen op vlak van veiligheid nodig zijn. Dit onderzoek toonde aan dat de inrichting van zo’n 50 ha wetland met rietpartijen en open water hier mogelijk is en dat voor de zijwaterlopen van de Grote Nete mogelijk extra veiligheidsmaatregelen kunnen genomen worden.  

In overleg met de projectmatige werkgroepen zijn inrichtingsplannen voor de weerhouden zones uitgewerkt. Deze plannen werden in juni en juli 2014 voorgesteld aan het brede publiek op infomarkten in Nijlen en Lier. 

Momenteel wordt voor de volledige cluster Nete en Kleine Nete een plan-MER opgemaakt.
Voor het gebied Varenheuvel-Abroek is een landinrichtingsnota in opmaak, als aanzet voor de verdere uitwerking van de inrichting van het landbouwgebied.
Voor de gebieden rond Beneden Nete lopen gedetailleerde technische studies. Na het voltooien van de overkoepelende plan-MER start voor deze zone de opmaak van het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP).
Voor het mondingsgebied van de Grote Nete is de volgende stap de uitwerking van technische inrichtingsplannen.

Meer informatie leest u op de website van het Sigmaplan.


Verdere planning

Voor de drie zones samen wordt nu een milieueffectenrapport (plan-MER) opgemaakt. Dat rapport brengt de impact van het project op het leefmilieu in kaart. 

De kennisgeving van het plan-MER Sigmacluster Nete, Kleine Nete en Grote Nete lag van 22 september tot 21 oktober 2015 ter inzage bij de betrokken gemeenten (Berlaar, Duffel, Grobbendonk, Lier, Nijlen en Zandhoven). Het ontwerp-MER wordt verwacht in het voorjaar 2016.

De volgende stap is het opmaken van de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen voor de verschillende zones. Deze plannen vervangen de bestemmingen en voorschriften van het oorspronkelijke gewestplan voor de locaties waar de bijkomende natuurgebieden komen. 

Zodra het ruimtelijk uitvoeringsplan goedgekeurd is, kunnen de stedenbouwkundige vergunningen aangevraagd worden voor de inrichting van de gebieden. Als deze vergunningen afgeleverd zijn, kunnen de werken voor de inrichting van de overstromingsgebieden van start gaan. Dat zal voor de eerste zone - de Beneden Nete in Lier - ten vroegste vanaf 2017 zijn. 
Vlaamse Overheid
-